Zoek binnen het forum
Vraag: equivalente daglichtoppervlakte van lichtkoepels
Naam: C.A. Tiemens (datum: 20-08-2003 14:14)
Hoe bereken ik de equivalente daglichtoppervlakte van lichtkoepels die volledig horizontaal op het dakvlak liggen. De NEN2057 geeft hierop geen (duidelijk) antwoord.
Reageer
Naam: C.A. Tiemens (datum: 20-08-2003 14:14)
Hoe bereken ik de equivalente daglichtoppervlakte van lichtkoepels die volledig horizontaal op het dakvlak liggen. De NEN2057 geeft hierop geen (duidelijk) antwoord.
Reageer
Reactie: equivalente daglichtoppervlakte van licht
Naam: J Goud (datum: 20-08-2003 15:14)
Berekening equivalente daglichtoppervlakte.
Van toepassing is de formule Ac=AdxCbxCu uit de NEN 2057
Ac= equivalente daglichtoppervlakte
Ad= oppervlakte van doorlaat daglichtopening
Cb = belemmeringfactor (zie tabel in NEN 2057)
Cu = de uitwendige reductiefactor( alleen van belang bij daglichtopening in een inwendige scheidingsconstructie)
In het"Praktijkboek Bouwbesluit 2003 " ( uitgegeven door VROM) is onderstaand voorbeeld gegeven van een berekening van een daglichtkoepel met een doorsnede van 1.00 m.
Hellingshoek = 0 graden
Belemmeringshoek a = 25 graden (minimum)
Cu = 1 (niet van toepassing)
Oppervlakte daglichtopening 1/4 x 3.14 x 1 x 1 = 0.785 m2.
In tabel 2 van NEN 2057 kan dan worden afgelezen dat bij a = 25 graden en e =0 graden ,cb =0.98.
Het equivalente daglichtoppervlak bedraagt 0.785 m2 x 0.98 x 1 = 0.76 m2.
Naam: J Goud (datum: 20-08-2003 15:14)
Berekening equivalente daglichtoppervlakte.
Van toepassing is de formule Ac=AdxCbxCu uit de NEN 2057
Ac= equivalente daglichtoppervlakte
Ad= oppervlakte van doorlaat daglichtopening
Cb = belemmeringfactor (zie tabel in NEN 2057)
Cu = de uitwendige reductiefactor( alleen van belang bij daglichtopening in een inwendige scheidingsconstructie)
In het"Praktijkboek Bouwbesluit 2003 " ( uitgegeven door VROM) is onderstaand voorbeeld gegeven van een berekening van een daglichtkoepel met een doorsnede van 1.00 m.
Hellingshoek = 0 graden
Belemmeringshoek a = 25 graden (minimum)
Cu = 1 (niet van toepassing)
Oppervlakte daglichtopening 1/4 x 3.14 x 1 x 1 = 0.785 m2.
In tabel 2 van NEN 2057 kan dan worden afgelezen dat bij a = 25 graden en e =0 graden ,cb =0.98.
Het equivalente daglichtoppervlak bedraagt 0.785 m2 x 0.98 x 1 = 0.76 m2.
Re: equivalente daglichtoppervlakte van lichtkoepels
Naam: Yusuf Sarac , van ADB (datum: 24-09-2026 10:56)
Hoi!
Waarom vermenigvuldig je de oppervlakte (3,...) met 1/4? Ik zie er geen formule van.
Mvg,
Yusuf
Naam: Yusuf Sarac , van ADB (datum: 24-09-2026 10:56)
Hoi!
Waarom vermenigvuldig je de oppervlakte (3,...) met 1/4? Ik zie er geen formule van.
Mvg,
Yusuf
Re: equivalente daglichtoppervlakte van lichtkoepels
Naam: J. Bolte , van Het Vastgoedbureau (datum: 05-10-2026 12:51)
die 3.14 is niet de oppervlakte, maar het getal pi.
Oppervlakte is pi*r2, ofwel pi*0,25 in dit geval. Ik denk dat de 1/4 een snelle manier is om r2 op te schrijven.
duidelijk is anders, inderdaad.
Naam: J. Bolte , van Het Vastgoedbureau (datum: 05-10-2026 12:51)
die 3.14 is niet de oppervlakte, maar het getal pi.
Oppervlakte is pi*r2, ofwel pi*0,25 in dit geval. Ik denk dat de 1/4 een snelle manier is om r2 op te schrijven.
duidelijk is anders, inderdaad.
Re: equivalente daglichtoppervlakte van lichtkoepels
Naam: Frank , van adviesbureau (datum: 06-10-2026 15:30)
Beste Yusuf,
Let er om te beginnen op, dat je hier kijkt naar een vraag uit 2003, ruim 23 jaar geleden. En er wordt een voorbeeld gebruikt uit het Praktijkboek van 2003. De rekenmethode is sindsdien wel veranderd.
Dan over het sommetje:
Er wordt gerekend aan een daglichtkoepel met een doorsnede van 1,0 m. Dat zal een ronde opening geweest zijn in het voorbeeld. De oppervlakte van een cirkel bereken je aan de hand van de straal r of de diameter D. De oppervlakte is dan
pi * r * r (dus pi maal r kwadraat)
of
1/4*pi * D * D (dus een-vierde pi D kwadraat)
Reageer
Naam: Frank , van adviesbureau (datum: 06-10-2026 15:30)
Beste Yusuf,
Let er om te beginnen op, dat je hier kijkt naar een vraag uit 2003, ruim 23 jaar geleden. En er wordt een voorbeeld gebruikt uit het Praktijkboek van 2003. De rekenmethode is sindsdien wel veranderd.
Dan over het sommetje:
Er wordt gerekend aan een daglichtkoepel met een doorsnede van 1,0 m. Dat zal een ronde opening geweest zijn in het voorbeeld. De oppervlakte van een cirkel bereken je aan de hand van de straal r of de diameter D. De oppervlakte is dan
pi * r * r (dus pi maal r kwadraat)
of
1/4*pi * D * D (dus een-vierde pi D kwadraat)




![[ S&W Consultancy ]](topics//logo.gif)
![[ Emma Interieuradvies]](topics/index/emma.png)